De dood van Bouterse

opent nieuwe deuren voor Nederland






Tekst: Zoë Deceuninck

Eveline Monsanto


Nederlandse kabinetsleden met president Jennifer Geerlings-Simons

Foto: Communicatie Dienst Suriname



Het overlijden van Desi Bouterse, de voormalig president van Suriname, was in Nederland groot nieuws. De explosie aan aandacht kenmerkt de manier waarop de Nederlandse pers jarenlang over Suriname berichtte. “Alsof Bouterse allesbepalend was.” Zijn dood markeert een nieuw tijdperk. Voor Suriname, maar zeker ook voor Nederland.


“Er waren periodes dat je niet hoger kon bereiken dan Bouterse te spreken krijgen”, zegt Noraly Beyer, voormalig NOS-nieuwslezer met Surinaamse roots. Beyer woonde in Suriname toen de militairen in 1980 een coup pleegden onder leiding van toenmalig legerleider Desi Bouterse. Twee jaar later werden 15 kritische burgers van de militaire dictatuur vermoord in de zogenaamde ‘Decembermoorden’ en ging het land volledig op slot. Toen het luchtruim weer werd opengesteld, zat Beyer op het tweede vliegtuig naar Nederland - nog net voor de kerst van 1982. Blijven werken voor de nationale televisiezender STVS, dat onder zware censuur van de militairen stond, was voor haar geen optie meer. “Het was niet de bedoeling om te vluchten of weg te blijven, maar ik moest goed nadenken hoe ik verder zou gaan”, zegt Beyer.



De Bouterse-obsessie

In Nederland werd ze gevraagd om bij de Wereldomroep aan de slag te gaan, het medium dat door de militairen in Suriname als ‘de vijand’ werd bestempeld. Uiteindelijk besloot Beyer op het aanbod in te gaan. Daarmee deed ze - voorlopig - de deur naar Suriname dicht. Maar Suriname bleef dichtbij. Op de werkvloer merkte Beyer immers een enorme aandacht voor de voormalige kolonie, en dan vooral voor de man waar het allemaal om draaide: Desi Bouterse.

“Jarenlang heeft de Nederlandse pers een obsessie gehad met Desi Bouterse”, erkent Sheila Sitalsing, Nederlandse journalist van Surinaamse afkomst. “Ze raakte in alle staten van opwinding als ze iets over Bouterse konden schrijven.”

Sitalsing weet niet of dit te wijten is aan ‘een trauma uit de onafhankelijkheid’, of dat het sensatie is vanwege Bouterse zijn verleden als dictator en reputatie als drugsbaron (Bouterse werd in 1999 in Nederland veroordeeld wegens cocaïnesmokkel, red.). "Maar altijd als het over Suriname ging, ging het over Bouterse. Alsof dat het allesbepalende ding was”, zegt Sitalsing. “Verder was er weinig interesse voor het land zelf.”


Noraly Beyer

Foto: Wikimedia Commons

“Het is zeker wenselijk dat er meer specialisten komen op vrijwel elk gebied,” zegt Vreden. “Je kunt investeren in het verdrievoudigen van het aantal specialisten in Suriname, maar dan moet je hopen dat de specialisten die geen werk vinden in Paramaribo op eigen initiatief in de andere districten gaan werken. Het kan ook zijn dat ze naar het Caribisch gebied verdwijnen, daar zijn we niet mee geholpen”, vindt Vreden, die in het opleiden van eigen specialisten geen prioriteit ziet.


Naar Nederland

Een Surinaamse basisarts die zich wil specialiseren, moet verplicht voor zijn of haar  vervolgopleiding naar het buitenland. Vanwege de taal, geschiedenis, vergelijkbare opleidingsprogramma's en kwaliteit van de gezondheidszorg kiezen de meeste voor Nederland. Afhankelijk van de soort specialisatie moet een arts in opleiding voor één tot maximum vier jaar naar het buitenland.

In 2012 trok Punwasi naar Nederland om zich te specialiseren in nefrologie, een opleiding van zes jaar waarvan de laatste twee jaar in Nederland. De eerste vier jaar van deze opleiding kon Punwasi in Suriname volgen, maar voor het behalen van enkele specifieke opleidingsnormen moest hij naar het buitenland. Dat geldt voor alle specialisatieopleidingen. In het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam kreeg Punwasi niet betaald voor zijn werk, in tegenstelling tot zijn Nederlandse collega's in opleiding. Voor wie vier jaar naar Nederland gaat, kunnen de verblijfskosten oplopen tot zo'n 100.000 euro. De hoge kosten kunnen jonge artsen ontmoedigen om aan een specialisme te beginnen, erkent Vreden. “De betaling voor Surinaamse artsen in opleiding in Nederland is nog niet centraal geregeld. Sommige ziekenhuizen nemen het voor hun rekening, andere niet. We zijn daarover aan het praten om dat eventueel centraal te structureren”, aldus Vreden. Zie Surilines artikel Riezvi Jessurun volgt opleiding in Nederland.

De uitwisseling met Nederland is historisch gegroeid en constant in ontwikkeling, vervolgt hij. Voordat Suriname in 1969 een Faculteit der Medische Wetenschappen kreeg, was er alleen een geneeskundige school. “Om arts te worden moest je sowieso voor de volledige studie naar Nederland.”


We zijn er absoluut nog niet aan toe om

de opleidingen volledig in Suriname te verzorgen


Naarmate meer artsen na hun opleiding terugkwamen ontwikkelde de geneeskunde in Suriname zich tot een hoger niveau. “Sommige artsen specialiseerden zich ook in Nederland, en zo kregen we specialisten in het land en werd het mogelijk om een deel van de opleiding hier te doen. We werken eraan om in de volledige opleiding te voorzien, maar dat gaat toch nog wel even duren”, zegt Vreden. Bovendien heeft de opleiding in Nederland ook zo haar voordelen.

Niet alle medische ingrepen, technieken en methoden om een ziekte of probleem te kunnen vaststellen kunnen worden toegepast in Suriname. “Met een opleiding in het buitenland leren onze artsen niet alleen dat die mogelijkheden wel bestaan, maar ze leren de technieken ook beheersen. Onze specialisten voldoen daardoor aan internationale eisen. Eenmaal terug in Suriname zullen ze er wellicht naar streven om die techniek ook hier mogelijk te maken”, hoopt Vreden. Een eigen specialisten opleiding in Suriname betekent nu nog inleveren op de kwaliteit van Surinaamse artsen.


“Uit journalistiek oogpunt kan ik de belangstelling voor Bouterse goed voorstellen”, vult Beyer aan. “Hij stond aan het hoofd van het land terwijl hij die plek heeft bereikt met moord en doodslag. Ik snap wel dat mensen geïnteresseerd zijn in dit soort figuren en wat hen beroert.”



De Bouterse-obsessie

In Nederland werd ze gevraagd om bij de Wereldomroep aan de slag te gaan, het medium dat door de militairen in Suriname als ‘de vijand’ werd bestempeld. Uiteindelijk besloot Beyer op het aanbod in te gaan. Daarmee deed ze - voorlopig - de deur naar Suriname dicht. Maar Suriname bleef dichtbij. Op de werkvloer merkte Beyer immers een enorme aandacht voor de voormalige kolonie, en dan vooral voor de man waar het allemaal om draaide: Desi Bouterse.

“Jarenlang heeft de Nederlandse pers een obsessie gehad met Desi Bouterse”, erkent Sheila Sitalsing, Nederlandse journalist van Surinaamse afkomst. “Ze raakte in alle staten van opwinding als ze iets over Bouterse konden schrijven.”

Sitalsing weet niet of dit te wijten is aan ‘een trauma uit de onafhankelijkheid’, of dat het sensatie is vanwege Bouterse zijn verleden als dictator en reputatie als drugsbaron (Bouterse werd in 1999 in Nederland veroordeeld wegens cocaïnesmokkel, red.). "Maar altijd als het over Suriname ging, ging het over Bouterse. Alsof dat het allesbepalende ding was”, zegt Sitalsing. “Verder was er weinig interesse voor het land zelf.”

“Uit journalistiek oogpunt kan ik de belangstelling voor Bouterse goed voorstellen”, vult Beyer aan. “Hij stond aan het hoofd van het land terwijl hij die plek heeft bereikt met moord en doodslag. Ik snap wel dat mensen geïnteresseerd zijn in dit soort figuren en wat hen beroert.”



Politieke relaties

Wat de Nederlandse pers als bijen naar de honing trok, daar liep diplomatiek Nederland juist met een grote boog omheen. Tussen 2010 en 2020, toen Bouterse opnieuw in het machtscentrum zat als democratisch verkozen president namens zijn zelf opgerichte Nationale Democratische Partij (NDP), bekoelde de relatie met Nederland - tot op het niveau waar Suriname weigerde de nieuwe Nederlandse ambassadeur in het land te verwelkomen.

Onder het bewind van Bouterse hield Nederland alleen het hoogstnoodzakelijke contact met Suriname. Ook Nederlandse investeringen van enig belang werden niet gedaan.



Advocaat Gerard Spong

Foto: Youtube

“Men heeft er altijd voor gewaakt om in verband gebracht te worden met de Bouterse-kliek en de NDP, waar Bouterse een grote macht had”, verklaart Gerard Spong, Nederlandse advocaat van Surinaamse oorsprong, de afstandelijkheid. Spong heeft vanuit Nederland jarenlang juridisch advies verleend in de rechtszaak die de Staat Suriname in 2007 aanspande tegen Bouterse voor zijn rol in de Decembermoorden. In 2023 werd Bouterse uiteindelijk in hoger beroep veroordeeld tot 20 jaar celstraf. Hij sloeg op de vlucht en overleed voor hij de gevangenis had gezien.

Met het overlijden van Bouterse is ‘de angel eruit’, stelt Spong. “Helemaal gaan rusten zal de zaak niet zijn, omdat er nog mededaders van Bouterse in het gevang zitten. Volgens het Internationale Hof voor de Rechten van de Mens is Suriname ook nog een schadevergoeding verschuldigd aan de nabestaanden van de slachtoffers. Er moet nog geld op tafel worden gelegd, dus dat moet nog geregeld worden.”


Met de dood van Bouterse is het onderwerp dan ook nog niet afgesloten, waarschuwt Beyer. Dat de NDP opnieuw als grootste partij uit de bus kwam tijdens de laatste verkiezingen in mei 2025 was een veelbetekenend moment voor haar. “Zijn nagedachtenis wordt geëerd en zijn nalatenschap op een troon gezet. Het wordt zodanig gevierd dat hij over zijn dood nog regeert.” Zijn populariteit, ook na zijn dood, zegt iets over de moraal van het land, vindt Beyer. “Als je kunt moorden en het vervolgens tot president van een land kunt schoppen, waarom zou je dan nog naar school gaan? Geef mij een pistool en ik red het wel.”


'Een nieuw tijdperk’

Toen Kathleen Ferrier, voormalig CDA-Kamerlid van Surinaamse oorsprong, op eerste kerstdag 2024 hoorde dat Bouterse was overleden, moest ze een stoel pakken om even bij te komen. “Bouterse had een enorme invloed in Suriname”, verklaart Ferrier haar emoties. “Hij verdeelde hele families, ook in Nederland. Of je was voor, of je was tegen, maar op de één of andere manier ging het altijd over Bouterse.” Toen ze hoorde dat hij er niet meer was, was dit een emotioneel moment voor Ferrier. “Het begin van een nieuw tijdperk.”


Kathleen Ferrier

Foto: Anke van der Meer

Hoe dat tijdperk er uit ziet op diplomatiek niveau is moeilijk te voorspellen, vervolgt ze. “Er is nu natuurlijk veel aandacht voor Suriname richting 25 november (wanneer Suriname 50 jaar onafhankelijkheid viert, red.). Maar wat er daarna gebeurt is moeilijk te voorspellen.”

.Spong verwacht dat de gespannen verhoudingen tussen beide landen nog wel even zal ‘dooretteren’. “Maar in de loop der tijd zal het afnemen. Veel zal daarbij afhangen van het beleid van de nieuwe president”, zegt hij.

.Het is aan president Jennifer Geerlings-Simons, (die door Bouterse naar voren werd geschoven als zijn opvolger binnen de NDP, red.) om de erfenis van Bouterse te neutraliseren en de nieuwe relatie met Nederland in goede banen te leiden, vindt Spong. De aandacht voor Suriname zal niet verslappen, voorspelt hij. “Ik denk dat die juist zal toenemen door de opkomst van de olie-industrie.

.


.Minder emotioneel, meer zakelijk

.De Franse en Amerikaanse oliemaatschappijen TotalEnergies en APA Corporation stuitten in 2020 op een enorm olieveld voor de kust van Suriname. Ze investeren omgerekend veertien miljard euro in de ontwikkeling van het eerste olieveld, en naar alle verwachting worden in de toekomst nog meer olievelden ontwikkeld. “We krijgen hier berichten binnen alsof Suriname een soort oliestaat wordt à la Dubai of Guyana”, zegt Spong. Hij is blij met die ontwikkeling. “Omdat daarmee ook de buitenlandse controle op het democratische functioneren in Suriname toeneemt.”


“Je merkt nu al in de verslaggeving dat de focus heel veel op olie en gas ligt”, bevestigt Sitalsing de kentering in de berichtgeving. “Er is ook nog wel interesse voor hoe Suriname zich politiek gaat ontwikkelen, maar het is minder op de voet. De emoties gaan er een beetje af.” Politiek is ‘de smaak en sfeer’ in Nederland, waar het nationalisme steeds meer voet aan de grond krijgt, ook niet bepaald gericht op het buitenland, stelt Sitalsing. “En al helemaal niet op een ex-kolonie. Ze vinden Curaçao al te duur.”

Dat is een verlies voor Nederland, vult Ferrier aan. “Suriname gaat zich hopelijk steeds meer ontwikkelen als een land dat niet zielig zit te wachten op hulp, maar als een land dat ontzettend veel te bieden heeft. Landen als Brazilië, China en India hebben dat al lang door.” Als politiek Nederland niet snel wakker wordt, loopt het straks achter de feiten aan, waarschuwt het voormalig Kamerlid.


Sheila Sitalsing

Foto: Keke Keukelaar

“Dat staat niet in de weg dat de enorme uitwisselingen op cultureel- en sociaalmaatschappelijk vlak tussen Suriname en Nederland sterk blijven”, vervolgt Ferrier. “Wat voor bilaterale of diplomatieke verbindingen er ook zijn, de samenlevingen zijn nauw met elkaar verbonden. Dat zal niet snel veranderen.”.


Ook Beyer ziet de belangstelling voor Suriname in de toekomst nog groeien, en dan met name onder de tweede en derde generatie Surinamers in Nederland. Zij verdiepen zich in hun afkomst en in de geschiedenis van het land. “Dat vind ik een heel goede ontwikkeling”, zegt ze. De denkwijze over Suriname is niet meer die van ‘een kapotte plantage’. “Daarin komt nu een kentering ten goede”, aldus Beyer.




Opnieuw zaken doen

Nu Bouterse er niet meer is, is de weg vrijgemaakt om opnieuw zaken te doen. Simons, sinds juli 2025 president van Suriname, laat er alvast geen gras over groeien. Tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties eerder deze maand sprak ze in een onderhoud met de Nederlandse premier Dick Schoof de intentie uit om de banden met Nederland te versterken. Simons vroeg Nederland om steun op het gebied van luchtvaart en klimaatverandering en wil de samenwerking op het gebied van handel, economie, landbouw, toerisme en onderwijs versterken.

Een van de eerste dingen die ze deed als president was het versturen van een uitnodiging aan koning Willem-Alexander voor een staatsbezoek aan Suriname. Hij komt begin december, na de onafhankelijkheidsviering. Voor het eerst sinds 1978 zal er daarmee opnieuw een Nederlands staatshoofd voet aan grond zetten in Suriname. Onder andere door het bewind van Bouterse vond er jarenlang geen koninklijk bezoek plaats. Met de komst van de koning is het nieuw tijdperk officieel ingeluid.





Eveline Monsanto doet onderzoek


Prinses Beatrix bezoekt Suriname in 1965.  

Foto: Anefo / Nationaal Archief (Nederland)