- Gezondheidszorg
- Riezvi Jessurun volgt opleiding in Nederland
- Chander Mahabier lobbyt in Nederland voor operaties in Suriname
- Tekorten zijn nijpend
- Jessurun ziet verschillen en overeenkomsten
- Cultuurspecifieke zorg in Nederland
- Nierpatiënt Knott
- Cijfers en centen
- Brain drain
- Soms draai ik twee operaties tegelijk
- Hoe nu verder?
- Onderwijs
- Ellen-Rose Kambel pleit voor tweetalig onderwijs in Suriname
- O'dany Amelo komt naar Nederland voor ontwikkeling
- Les slavernijverleden in het basisonderwijs Nederland
- Dekolonisatie van het onderwijs in Suriname
- Survival of the fittest
- Het n-woord
- Suriname loopt leeg
- Genekt door tekorten
- Onderwijs in Suriname rommelt
- Financiën
- Rosemary Samadhan wil compensatie leed contractarbeiders
- Patrick Brunings werkt aan olierijke toekomst Suriname
- Europese huurprijzen drijven woningnood Suriname op
- Moneytransfers zijn van levensbelang
- De rinkelende kassa's van Suri-Change
- Nederlands ontwikkelingsgeld in Suriname
- Heerlijk, helder wingewest
- Herstelbetalingen doorwerking slavernijverleden
- Leren van fouten uit het verleden
- Familierelaties
- Diana Vlet pleit voor educatie voor Inheemsen
- Rakesh Kanhai waakt voor culturele roofbouw
- Grootmoeder en kleinzoon over hun band met Suriname
- Eveline Monsanto over identiteit, familie en de waarde van weten
- Dood Bouterse opent nieuwe deuren voor Nederland
- Kleine ondernemers maken Suriname groot
- Het resultaat van vijf jaar onderzoek
Rakesh Kanhai doet wat terug voor zijn moederland Suriname
Waken in het Surinaamse binnenland voor 'culturele roofbouw'
Tekst: Jamila Meischke

Rakesh Kanhai groeide op in de Bijlmer in 'relatieve armoede'.
Foto: Magda Augusteijn
Rakesh Kanhai gaat vanaf zijn zeventiende regelmatig naar het land waar zijn ouders zijn geboren, maar zag Suriname lange tijd alleen als vakantieland. Nu doet hij zoals meer mensen in de diaspora wat terug in Nederland. “Dankzij de investering van mijn ouders kan ik Suriname helpen."
Hij weet nog precies hoe het was. De eerste keer in Suriname. Zes of zeven was hij. Hoe het broodje met Surinaamse pindakaas smaakte toen hij het in de thee doopte. De geur van een tropische regenbui. De succesvolle dj en cultureel ondernemer ging later vaak terug, maar vooral om te feesten. “Als ik terugkijk, was ik per ongeluk neo-koloniaal”, vertelt hij. “Ik kwam daar gewoon vakantie vieren en klagen over de service. Ik had helemaal geen historisch besef. Maar toen wist ik nog niet wat daar met mijn voorouders is gebeurd.”
Rakesh Kanhai (1984) zit op een zonnige maandagmiddag bij een bar in de Amsterdamse Bijlmer, vlak bij zijn huis. Inmiddels werkt hij aan projecten in Suriname die traditioneel talent een podium willen bieden, met als doel het bevorderen van culturele onafhankelijkheid en ontwikkeling. Zo zette hij Studio Sipaliwini op, genoemd naar het district in het binnenland van Suriname, waar vooral Kawina-muziek wordt opgenomen.
Met zijn vrouw Tiffany Hiralal verlegde hij zijn focus verder naar landbouw, vanwege hun Surinaamse shared dining restaurant Papa Aswa in Amsterdam. Ze kochten een stuk grond in het Surinaamse district Saramacca, waar zijn moeder is geboren, met als doel er een voedselbos van te maken. Dat is een duurzame en natuurlijke manier om voedsel te verbouwen.

Rakesh Kanhai en zijn vrouw Tiffani Hiralal willen duurzame landbouwpraktijken ontwikkelen in samenwerking met lokale boeren in Suriname.
Foto: Privécollectie Rakesh Kanhai
Huiverig voor investeringen
Kanhai is niet de enige die iets wil terugdoen in Suriname. In Nederland wonen naar schatting 360 duizend mensen met Surinaamse afkomst (eerste en tweede generatie) aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek. Voormalig president Chan Santokhi riep na zijn aantreden in 2020 tijdens een werkbezoek Nederlanders met een Surinaamse achtergrond op te helpen bij het opbouwen van het land. Diaspora-organisaties reageerden daar toentertijd overwegend positief op. Een actie van comedian en presentator Jörgen Rayman bracht in juli 2020 ruim één miljoen euro op voor medische apparatuur, beschermmaterialen en ic-bedden tijdens de coronacrisis.
Het Diaspora Instituut Nederland overziet verscheidene projecten. In 2023 begonnen zij het project Adoptie Scholen Suriname, met als doel het onderwijs aldaar te verbeteren. Voorzitter John Brewster kan geen concrete cijfers geven over het aantal particuliere non-profitprojecten, maar ziet na het aantreden van Santokhi juist een stagnatie “door corruptie en dergelijke”, aldus Brewster. Diaspora wordt hierdoor huiverig om investeringen te doen in het land, legt hij uit.
In Suriname vonden ze de regering van Chan Santokhi volgens hem op dat gebied erger dan onder Desi Bouterse, die werd veroordeeld voor zijn rol bij de Decembermoorden in 1982. In mei dit jaar werd Jennifer Simons als nieuwe president verkozen, net als Bouterse van de Nationaal Democratische Partij (NDP). “Er is hoop dat er iets gaat veranderen”, aldus Brewster.
Politieke banden flink verbeterd
Dure vluchten en visa bemoeilijken een makkelijke uitwisseling tussen Suriname en Nederland. Nederland wil met de nieuwe Surinaamse regering de huidige goede relatie voortzetten. Sinds het vertrek van Desi Bouterse en de komst van president Chan Santokhi in 2020 zijn de politieke banden tussen Nederland en Suriname wel flink verbeterd. Steeds meer partijen pleiten voor visumvrij reizen. Nederland ondersteunt dat streven en blijft Suriname daarbij helpen, zei demissionair minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp in juni in de Tweede Kamer.
De uiteindelijke beslissing ligt bij de Europese Commissie. Wel wil Veldkamp kijken of visa sneller kunnen worden afgegeven aan Surinamers die vanwege een noodgeval, zoals een uitvaart, naar Nederland moeten reizen. Ook zei hij in gesprek te gaan met KLM over de hoge ticketprijzen.
Kanhai: “Ik weet dat tien euro als één euro kan werken, omdat Suriname corrupt is opgevoed door Nederland. Maar ik kan door mijn bagage als cultuurmaker en mijn ervaring als Surinaamse diaspora-ondernemer ook één euro als tien laten werken. Dat kunnen wij Surinamers.”
Hij spreekt ook over het fonds dat bekend is gemaakt tijdens het Herdenkingsjaar Slavernijverleden vorig jaar. Maar benadrukt dat ontwikkelingshulp niet alleen geld is, ook het creëren van bewustzijn. In het geval van het fonds gaat om 100 miljoen euro, dat bestemd is voor initiatieven uit de samenleving. Volgens de woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties komt het geld deze zomer beschikbaar, maar onduidelijk is wanneer precies. Hoeveel aanvragers er zijn is nog niet bekend.
“Het is zeker wenselijk dat er meer specialisten komen op vrijwel elk gebied,” zegt Vreden. “Je kunt investeren in het verdrievoudigen van het aantal specialisten in Suriname, maar dan moet je hopen dat de specialisten die geen werk vinden in Paramaribo op eigen initiatief in de andere districten gaan werken. Het kan ook zijn dat ze naar het Caribisch gebied verdwijnen, daar zijn we niet mee geholpen”, vindt Vreden, die in het opleiden van eigen specialisten geen prioriteit ziet.
Naar Nederland
Een Surinaamse basisarts die zich wil specialiseren, moet verplicht voor zijn of haar vervolgopleiding naar het buitenland. Vanwege de taal, geschiedenis, vergelijkbare opleidingsprogramma's en kwaliteit van de gezondheidszorg kiezen de meeste voor Nederland. Afhankelijk van de soort specialisatie moet een arts in opleiding voor één tot maximum vier jaar naar het buitenland.
In 2012 trok Punwasi naar Nederland om zich te specialiseren in nefrologie, een opleiding van zes jaar waarvan de laatste twee jaar in Nederland. De eerste vier jaar van deze opleiding kon Punwasi in Suriname volgen, maar voor het behalen van enkele specifieke opleidingsnormen moest hij naar het buitenland. Dat geldt voor alle specialisatieopleidingen. In het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam kreeg Punwasi niet betaald voor zijn werk, in tegenstelling tot zijn Nederlandse collega's in opleiding. Voor wie vier jaar naar Nederland gaat, kunnen de verblijfskosten oplopen tot zo'n 100.000 euro. De hoge kosten kunnen jonge artsen ontmoedigen om aan een specialisme te beginnen, erkent Vreden. “De betaling voor Surinaamse artsen in opleiding in Nederland is nog niet centraal geregeld. Sommige ziekenhuizen nemen het voor hun rekening, andere niet. We zijn daarover aan het praten om dat eventueel centraal te structureren”, aldus Vreden. Zie Surilines artikel Riezvi Jessurun volgt opleiding in Nederland.
De uitwisseling met Nederland is historisch gegroeid en constant in ontwikkeling, vervolgt hij. Voordat Suriname in 1969 een Faculteit der Medische Wetenschappen kreeg, was er alleen een geneeskundige school. “Om arts te worden moest je sowieso voor de volledige studie naar Nederland.”
We zijn er absoluut nog niet aan toe om
de opleidingen volledig in Suriname te verzorgen
Naarmate meer artsen na hun opleiding terugkwamen ontwikkelde de geneeskunde in Suriname zich tot een hoger niveau. “Sommige artsen specialiseerden zich ook in Nederland, en zo kregen we specialisten in het land en werd het mogelijk om een deel van de opleiding hier te doen. We werken eraan om in de volledige opleiding te voorzien, maar dat gaat toch nog wel even duren”, zegt Vreden. Bovendien heeft de opleiding in Nederland ook zo haar voordelen.
Niet alle medische ingrepen, technieken en methoden om een ziekte of probleem te kunnen vaststellen kunnen worden toegepast in Suriname. “Met een opleiding in het buitenland leren onze artsen niet alleen dat die mogelijkheden wel bestaan, maar ze leren de technieken ook beheersen. Onze specialisten voldoen daardoor aan internationale eisen. Eenmaal terug in Suriname zullen ze er wellicht naar streven om die techniek ook hier mogelijk te maken”, hoopt Vreden. Een eigen specialisten opleiding in Suriname betekent nu nog inleveren op de kwaliteit van Surinaamse artsen.
Hoe bekostigde Kanhai zijn hulp tot nu toe? Na een oproep op Instagram voor de donatie van muzikale apparatuur, reed hij in zijn kleine Fiat Panda het hele land door om spullen op te halen. “Het werd meer en meer en op een gegeven moment besefte ik: wow dit kan een opnamestudio worden”, vertelt hij. De ingezamelde materialen werden gratis door Surinam Air Cargo vervoerd naar Suriname en Nelson Tiapoe van resort Knini Paatin in het binnenland stelde een boot beschikbaar om de apparatuur naar de plaats van aankomst te brengen. “Het had veel duurder kunnen zijn, maar ik heb veel hulp gehad”, zegt Kanhai.
Geen culturele roofbouw
Tegelijkertijd met het logistieke regelwerk, moest hij toestemming vragen aan de Saramaccaners, de bevolkingsgroep woonachtig in Gunsi, waar de studio staat. Vóór die tijd heeft Kanhai flink geïnvesteerd in een gelijkwaardige relatie met deze marron-gemeenschap. Hij wilde waken voor wat hij “culturele roofbouw” noemt.

Na een oproep op instagram, ontwikkelde Kanhai opnamestudio Sipaliwini in het binnenland van Suriname
Foto: Magda Augusteijn
Hij ziet namelijk veel mensen naar het gebied gaan en naar Nederland terugkomen met een album, een theatervoorstelling of een boek. “Of die gaan daar iets geweldigs spiritueels ontdekken en beginnen daarna in Nederland een praktijk. De marrons hebben daar geen erg in, maar ik wel”, zegt hij.
“Dus ik heb de studio gebouwd en gezegd: ‘Jullie zijn nu een platenlabel’. Als er een persoon uit het buitenland wil samenwerken met jullie, dan kunnen jullie dat in co-creatie en in co-ownership doen. Kanhai had maar één belangrijke voorwaarde en dat is dat de studio toegankelijk is voor alle dorpen langs de rivier in het district. Daarom heet het ook Sipaliwini. “En het is van jullie, dus ik hoef niks”, zei hij tegen de bewoners. “Maar ik ga wel helpen met contractwerk en de juridische kant.”
Hij haalt een USB-stick uit zijn gebloemde jas. Een muziekproject kost al gauw een aantal gigabyte, dat kun je niet met een telefoonverbinding uploaden. Dus stuurt hij telkens iemand naar de studio, ver de Surinaamse binnenlanden in. De USB-stick staat vol met muziekbestanden die hij in Nederland wil laten produceren. Het streven is dat er binnen drie jaar “Spotify-waardige” muziek uitkomt.
Kanhai komt uit een gezin van vijf kinderen. Zijn alleenstaande moeder leerde hem trots te zijn op het land van zijn ouders. Haar familie zette de eerste tropische winkel op in Nederland. Niemand mocht iets negatiefs zeggen over het land, vertelt hij. Ze heeft zich jarenlang ingezet voor de Surinaamse gemeenschap. Op radiostation Caribbean FM had ze een muziekprogramma genaamd Inner Care. “Dat ging over zelfliefde, nog voordat het hip was”, zegt hij lachend. “Ook heeft ze zich jarenlang ingezet als homeopathisch arts. Zo maakte ze capsules van de sopropo [Surinaamse groente], omdat die werkt als natuurlijke insuline.”
Hij vertelt hoe hij opgroeide “in relatieve armoede” in Amsterdam Zuidoost. Zijn vriendjes hadden allerlei afkomsten: Afro-Surinaams, Angolees, Iraans en Hindostaans. “Ik merkte wel dat Hindostanen niet echt mengden met andere groepen. Dat kan ook een nasleep van koloniaal denken zijn”, zegt hij doelend op de verdeel-en-heerstechniek van de Nederlandse kolonisator. “Ik probeerde juist actief te mengen met iedereen.”
"Onafhankelijk ben je niet omdat een staat jou dat verklaart, onafhankelijkheid is een mindset die je jezelf moet aanleren."
Veel wist hij op de middelbare school nog niet van het koloniale verleden van zijn voorouders. Zijn moeder had die kennis niet. Later onderzocht hij dat zijn moeders familie via India, Guyana en Suriname naar Nederland kwam. “De voormoeder van mijn moeder was een baby op de boot met haar moeder en háár moeder. De baby was 1 jaar, met een moeder van vijftien, en die was met een moeder van veertig”, zegt hij. In Suriname woonde zijn moeder in Saramacca, ver van de hoofdstad Paramaribo. “Daardoor heb je een heel andere band met kolonialisme. Ze waren wel slachtoffer, maar de dader was onzichtbaar”, zegt hij.
“Mijn moeder is in Nederland in rust en veiligheid gaan ontdekken wat voor onrust en onveiligheid haar voorouders hebben meegemaakt. Dat leert ze ook van haar kinderen. Er zijn familieleden van mij, en daar ben ik heel kritisch op, die de Nederlandse staat heel dankbaar zijn dat wij hier wonen. En dat ben ik niet, ik ben mijn voorouders dankbaar dat ik hier woon, maar ik ben de Nederlandse staat voor niks dankbaar.”
Met het stuk land dat hij heeft gekocht in Suriname wil hij duurzame landbouwpraktijken ontwikkelen in samenwerking met lokale boeren, met speciale aandacht voor de betrokkenheid van vrouwen. “Als je kijkt naar de landbouw in Suriname, doen ze dat zoals in Europa. Dat is heel raar. Waarom doen we dat? Omdat we de kolonisator opvolgen.” Dus leerde hij van inheemse landbouwtechnieken en hoopt hij met zijn restaurant Papa Aswa een circulair systeem op te zetten waarbij niets verloren gaat.
Dat gaat niet zonder slag of stoot. “Toen ik weer eens pijn aan m’n reet had van die boot en gek werd van die insecten, dacht ik: ‘Wat ben ik hier eigenlijk aan het doen?’ Het antwoord is dat dit mijn spirituele verantwoordelijkheid is”, zegt hij. “Ik ben de investering van mijn voorouders. En zo wil ik ze terugbetalen.” Dekolonisatie is daarin een belangrijk doel, want daarin is volgens hem nog een lange weg te gaan. “Onafhankelijk ben je niet omdat een staat jou dat verklaart. Onafhankelijkheid is een mindset die je jezelf moet aanleren.”

Rakesh Kanhai: "Ik probeerde altijd actief te mengen".
Foto: Privécollectie Rakesh Kanhai

